hoe bereken ik het belang van iemand die via meerdere bv's aandeelhouder is?
Vermenigvuldigen langs de keten, laag voor laag
Bij een indirect belang vermenigvuldig je de percentages van elke laag met elkaar. Houdt natuurlijk persoon A 40% van BV X, en houdt BV X 60% van BV Y, dan is het indirecte belang van A in BV Y 24% (0,40 × 0,60). Dat is onder de 25%-grens, dus op basis van kapitaalbelang alleen is A dan geen UBO van BV Y. Bij meer lagen herhaal je die vermenigvuldiging telkens één stap verder: bij drie lagen dus drie percentages achter elkaar. Hoe reken ik mijn belang uit als ik via meerdere bv's aandelen heb gaat dieper in op die rekensom zelf, inclusief varianten met meerdere tussenschakels.
Twee dingen gaan hier vaak mis. Eén: mensen tellen de percentages van verschillende takken bij elkaar op in plaats van ze binnen één tak te vermenigvuldigen — dat is alleen juist als dezelfde persoon via meerdere onafhankelijke ketens in dezelfde onderneming uitkomt; dan worden die afzonderlijk berekende indirecte belangen wél gesommeerd. Twee: het kapitaalbelang is niet het enige criterium. Ook zonder de rekenkundige 25% kan iemand UBO zijn via stemrecht of feitelijke zeggenschap, en dat vraagt een aparte beoordeling naast de percentagesom — zie kan iemand ubo zijn zonder aandelen maar met zeggenschap. Bij complexe structuren met meerdere tussen-bv's is het dus zaak om per tak te vermenigvuldigen, per persoon de takken op te tellen, en apart te checken of zeggenschap een ander beeld geeft dan het kapitaalbelang alleen.
Waar dit op is gebaseerd
De verplichting om de UBO met zijn achterliggende belang te identificeren volgt uit het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, en de UBO-registratie zelf — inclusief het percentage per bandbreedte — staat in de regels van de Handelsregisterwet 2007 over het UBO-register. De precieze rekenmethode (vermenigvuldigen per laag, optellen per persoon over takken) volgt uit de toelichting bij die registratieplicht en is dezelfde methode die instellingen toepassen bij hun cliëntenonderzoek.
Waar dit op gebaseerd is
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
- Handelsregisterwet 2007 (de gegevens die van elke onderneming zijn vastgelegd, waaronder het UBO-register)
- Sanctiewet 1977 (de verplichting van instellingen om op sanctielijsten te toetsen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.