mijn vermogen komt uit het buitenland, hoe leg ik dat uit aan de bank
Buitenlandse herkomst vraagt om een grensoverschrijdend spoor
De bank vraagt bij vermogen uit het buitenland om precies dezelfde onderbouwing als bij binnenlands vermogen, maar dan met de buitenlandse tegenhangers van elk stuk: brondocument, geldstroom en fiscale afwikkeling. Het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten uitvoeren op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme maakt geen inhoudelijk onderscheid naar land van herkomst — de bank moet in alle gevallen de bron van het vermogen kunnen begrijpen en onderbouwen. Wat wel verschilt, is de bewijslast in de praktijk: buitenlandse aktes, belastingaangiften of bankafschriften zijn voor een Nederlandse compliance-afdeling minder makkelijk te verifiëren, dus wordt vaker om aanvullende stukken gevraagd, zoals een vertaling, een apostille, of een verklaring van een buitenlandse notaris of belastingdienst.
Belangrijk is welk type transactie er onder het buitenlandse vermogen ligt. Komt het uit een erfenis, dan gelden dezelfde uitgangspunten als bij hoe bewijs ik dat mijn geld komt uit een erfenis, maar dan met buitenlandse erfrechtstukken. Komt het uit de verkoop van een onderneming in het buitenland, dan is de vraag vergelijkbaar met hoe bewijs ik dat mijn geld komt uit de verkoop van mijn bedrijf, alleen ligt de koopovereenkomst dan bij een buitenlandse kamer van koophandel of notaris. Is het geld eerder in het buitenland verdiend en pas nu overgemaakt, dan speelt vaak de vraag naar het verschil tussen herkomst van vermogen en herkomst van inkomen — de bank wil weten hoe het is opgebouwd, niet alleen dat het is overgemaakt.
Waarom banken hier extra doorvragen: de Sanctiewet
Naast het cliëntenonderzoek uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme speelt bij buitenlands vermogen de Sanctiewet 1977 een rol: instellingen moeten toetsen of een land, partij of transactie op een sanctielijst voorkomt. Die extra toets verklaart waarom bij vermogen uit bepaalde landen vaker en gerichter wordt doorgevraagd, los van de vraag of het vermogen zelf legitiem is.
Waar dit op gebaseerd is
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
- Handelsregisterwet 2007 (de gegevens die van elke onderneming zijn vastgelegd, waaronder het UBO-register)
- Sanctiewet 1977 (de verplichting van instellingen om op sanctielijsten te toetsen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.