wat doe ik als ik geen bewijsstuk meer heb van waar mijn geld vandaan komt
Ontbrekend bewijs is geen doodlopende weg
Een ontbrekend bewijsstuk betekent niet automatisch dat de instelling het cliëntenonderzoek niet kan afronden. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme schrijft voor dat de instelling onderzoek doet naar de bron van vermogen en middelen, maar de wet legt niet vast met welk specifiek document dat moet. Dat betekent dat een bank of andere instelling ook andere bewijsmiddelen kan accepteren: een reconstructie op basis van jaarrekeningen, aangiften, notariële akten, of verklaringen van een derde die de transactie kan bevestigen. In de praktijk werkt een goed onderbouwde tijdlijn vaak net zo goed als het originele stuk, zolang de gegevens onderling logisch aansluiten.
Wat vooral telt, is consistentie: het verhaal over de herkomst moet aansluiten bij wat er wél is vastgelegd, zoals gegevens uit het Handelsregister of het UBO-register. Als het ontbrekende stuk bijvoorbeeld gaat over een verkoop van een onderneming, kan het raadzaam zijn te kijken naar wat er in plaats daarvan wél te reconstrueren is; zie ook hoe bewijs ik dat mijn geld komt uit de verkoop van mijn bedrijf. Bij vermogen dat van ver terug komt, jaren voordat de vraag nu wordt gesteld, speelt vaak ook de vraag of er überhaupt nog een verklaringsplicht bestaat; dat wordt behandeld onder moet ik verklaren waar geld vandaan kwam dat ik jaren geleden heb ontvangen.
Grond: cliëntenonderzoek zonder vast bewijsmiddel
De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme verplicht instellingen tot cliëntenonderzoek, inclusief onderzoek naar de bron van middelen, zonder een limitatieve lijst van toegestane bewijsstukken voor te schrijven. Instellingen vullen die norm zelf in via hun eigen beleid, en toetsen daarnaast separaat aan de sanctielijsten op grond van de Sanctiewet 1977. Gegevens die al vastliggen in het Handelsregister, waaronder het UBO-register op grond van de Handelsregisterwet 2007, kunnen daarbij dienen als ondersteunend, extern controleerbaar feit naast wat de ondernemer zelf aanlevert.
Waar dit op gebaseerd is
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
- Handelsregisterwet 2007 (de gegevens die van elke onderneming zijn vastgelegd, waaronder het UBO-register)
- Sanctiewet 1977 (de verplichting van instellingen om op sanctielijsten te toetsen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.