wat als mijn mede-aandeelhouders geld uit verschillende bronnen hebben
Elke aandeelhouder wordt los bekeken
Als jouw mede-aandeelhouders geld uit verschillende bronnen hebben, is dat op zichzelf geen probleem. Een bank of andere instelling die vragen stelt over herkomst van vermogen, kijkt naar elke aandeelhouder apart. De ene aandeelhouder kan zijn geld verdiend hebben met een salaris, de andere met de verkoop van een bedrijf, en de derde met een erfenis. Dat zijn drie verschillende verhalen, en dat mag.
Wat telt, is dat elk verhaal op zichzelf klopt en aantoonbaar is. De instelling die het cliëntenonderzoek doet — dat is het onderzoek dat banken en andere partijen wettelijk verplicht zijn uit te voeren voordat ze een zakelijke relatie aangaan — wil per persoon een logisch en onderbouwd beeld van waar het geld vandaan komt. Ze vergelijken de aandeelhouders niet met elkaar. Ze vergelijken elk verhaal met de feiten die erbij horen: contracten, jaarrekeningen, een notariële akte van een erfenis, of iets anders dat de bron bevestigt. Dit speelt vooral als er meerdere mensen met een groter belang zijn; hoe je dat precies vaststelt lees je in het stuk over wat je moet doen als er meerdere ubo's zijn in je bedrijf.
Uiteindelijk belanghebbenden en hun eigen dossier
Dit hangt samen met het begrip uiteindelijk belanghebbende, vaak afgekort tot UBO. Dat is de persoon die, direct of indirect, een bepaald percentage aandelen of stemrecht heeft, of op een andere manier de zeggenschap heeft. Elke UBO heeft in principe zijn eigen achtergrond en dus zijn eigen bron van vermogen. Een bedrijf met drie aandeelhouders heeft dus mogelijk drie losse verhalen die allemaal apart onderbouwd moeten worden. Twijfel je of iemand in jouw structuur wel als UBO geldt, ook al staat er geen aandeel op zijn naam, dan lees je meer in het stuk over of iemand ubo kan zijn zonder aandelen maar met zeggenschap.
De verplichting om deze bronnen te onderzoeken volgt uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, die instellingen verplicht tot cliëntenonderzoek naar onder meer de herkomst van vermogen. De onderliggende definitie van uiteindelijk belanghebbende komt uit de Europese antiwitwasrichtlijn, Richtlijn (EU) 2015/849, waarop de Wwft is gebaseerd.
Waar dit op gebaseerd is
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
- Richtlijn (EU) 2015/849 — de Europese antiwitwasrichtlijn waar de Wwft uit voortkomt, met de definitie van uiteindelijk belanghebbende
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.