hoe toon ik een UBO aan die via een buitenlandse aandeelhouder loopt
Aantonen loopt via de keten, niet via de aandeelhouder alleen
De buitenlandse aandeelhouder zelf is meestal niet de UBO — de instelling wil weten wie er ácht die aandeelhouder zit. Dat betekent dat je de keten moet doortrekken: van de Nederlandse BV naar de buitenlandse aandeelhouder, en van daar verder naar de natuurlijke persoon die de zeggenschap of het belang uiteindelijk heeft. Dit werkt in feite hetzelfde als bij de ubo vinden als er meerdere bv's tussen zitten, alleen ligt hier één laag in het buitenland, en dat brengt een extra bewijsprobleem met zich mee: het Nederlandse UBO-register op grond van de Handelsregisterwet 2007 laat alleen zien wie de UBO van de Nederlandse entiteit is, niet wie er in het buitenland achter zit.
Voor die buitenlandse laag vraagt de instelling meestal om een equivalent bewijsstuk: een uittreksel uit het buitenlandse handels- of aandeelhoudersregister, een aandeelhoudersovereenkomst, of — als het land geen vergelijkbaar register heeft — een notariële verklaring of eigen verklaring met onderliggende stukken. Belangrijk is dat je hetzelfde percentage kunt onderbouwen dat je in Nederland opgeeft: als het belang via stapeling van percentages loopt, moet die berekening kloppen. Hoe je dat rekent staat beschreven bij het berekenen van een belang via meerdere bv's. Ontbreekt een sluitend bewijsstuk uit het buitenland, dan accepteren instellingen vaak een eigen verklaring, maar dan wel met een uitleg waarom het formele bewijs niet voorhanden is.
Grondslag: het cliëntenonderzoek van de Wwft
Dat een instelling tot op het niveau van de natuurlijke persoon wil doorvragen, volgt uit het cliëntenonderzoek van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme: de instelling moet vaststellen wie de uiteindelijke belanghebbende is, ook als die achter een buitenlandse laag schuilgaat. Het Nederlandse UBO-register op grond van de Handelsregisterwet 2007 is daarbij één bron, maar niet de enige — voor het buitenlandse deel van de structuur moet de instelling zelf aanvullend bewijs beoordelen.
Waar dit op gebaseerd is
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
- Handelsregisterwet 2007 (de gegevens die van elke onderneming zijn vastgelegd, waaronder het UBO-register)
- Sanctiewet 1977 (de verplichting van instellingen om op sanctielijsten te toetsen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.