waarom moet elke uiteindelijk belanghebbende zijn eigen vermogen aantonen
Elke UBO heeft een eigen band met het vermogen
Elke uiteindelijk belanghebbende (UBO, de persoon die de onderneming echt bezit of controleert) moet zijn eigen vermogen onderbouwen, omdat de een de ander niet kan verklaren. Als een bedrijf twee of drie UBO's heeft, heeft elk van hen zijn eigen aandeel, zijn eigen rol en meestal ook zijn eigen bron van geld. De bank of notaris die de vraag stelt, wil weten waar het geld van die specifieke persoon vandaan komt — niet waar het geld van de onderneming als geheel vandaan komt. Dat zijn twee verschillende vragen. Iemand die 30% van de aandelen heeft via een erfenis, staat los van een mede-UBO die zijn deel heeft opgebouwd met een lening of eigen spaargeld.
Dit speelt vooral wanneer er meerdere UBO's tegelijk zijn, bijvoorbeeld bij een familiebedrijf met broers en zussen, of bij een joint venture met twee investeerders. Elk van hen krijgt vaak een los verzoek van de instelling die het onderzoek doet, met een eigen set vragen over herkomst van vermogen. Wat er moet gebeuren als een bedrijf meer dan één UBO heeft, staat beschreven op de pagina over wat moet ik doen als er meerdere ubo's zijn in mijn bedrijf. Ook als de percentages onduidelijk zijn omdat er via andere bv's wordt gehouden, blijft het uitgangspunt hetzelfde: ieders eigen belang wordt apart bekeken, zoals ook toegelicht op de pagina over hoe reken ik mijn belang uit als ik via meerdere bv's aandelen heb.
Waarom dit uit het cliëntenonderzoek volgt
Dit volgt uit het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten uitvoeren op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Die wet verplicht banken en andere instellingen om per uiteindelijk belanghebbende vast te stellen wie hij is en, bij een hoger risico, waar zijn vermogen vandaan komt. De achterliggende Europese antiwitwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2015/849) definieert de uiteindelijk belanghebbende als een individuele natuurlijke persoon — en juist omdat het om een persoon gaat en niet om de onderneming als geheel, wordt ook de onderbouwing per persoon gevraagd.
Waar dit op gebaseerd is
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
- Richtlijn (EU) 2015/849 — de Europese antiwitwasrichtlijn waar de Wwft uit voortkomt, met de definitie van uiteindelijk belanghebbende
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.